|
Zelfzorg bij spier- en gewrichtspijn |
|
Wat is spier- en gewrichtspijn?
Er zijn verschillende soorten spier- en gewrichtspijn:
- Spierpijn als gevolg van een ongewone inspanning. De
pijnlijke spier voelt u vooral bij beweging of inspanning. In het begin is
de pijn stekend en scherp, later dof. Vaak voelt de spier hard en stijf aan,
meestal doet het pijn als u op de spier drukt. Veelvoorkomende vormen van
spierpijn zijn een stijve nek en spit (pijn in de onderrug).
- Spierpijn als gevolg van een virusinfectie.
- Spierkneuzing. Dit is een spierbeschadiging als gevolg van
een ongelukje. Door de beschadiging ontstaat een bloeduitstorting waardoor
de spier zwelt en minder gemakkelijk beweegt.
- Zweepslag. Een spierscheurtje, meestal in de kuit, als
gevolg van een onverhoedse beweging. Het scheuren voelt als u een korte
plotselinge pijn.
- Verstuiking (verzwikking, verrekking). Dit is een blessure
aan een gewricht. Eén of meer gewrichtsbanden zijn dan door overrekking
beschadigd.
- Gescheurde gewrichtsband als gevolg van een ongelukje.
- Ontwrichting (een arm uit de kom of een ontwrichte elleboog).
Daarbij zijn de gewrichtsbanden gescheurd én zitten de botten niet meer
normaal in het gewricht. Het gewricht is opgezet en kan niet meer worden
bewogen. Dit is zeer pijnlijk.
- Chronische spierpijn door overbelasting. Meestal zit de
pijn in de nek, schouders of rug.
- Tenniselleboog. Hierbij is een pees geïrriteerd door
overbelasting.
- Chronische pijn aan een gewricht. Hiervoor zijn
verschillende oorzaken: bij artritis is dat een ontsteking, bij artrose is
het slijtage.
Wat kunt u zelf doen?
Om pijn te voorkomen:
- Goede 'opwarm- en afkoeloefeningen' bij het sporten.
- Met afwisseling in de werkhouding en ontspanningsoefeningen
voor nek en schouders is misschien chronische spierpijn aan nek of schouders
te voorkomen.
Bij spierpijn na het sporten:
- Niet te lang blijven staan als u pijn in de benen en de rug
heeft.
- Warmte, bijvoorbeeld in de vorm van een kompres of een warm
bad, geeft vaak verlichting.
- Met massage kunt u de doorbloeding in de pijnlijke spier
verbeteren, waardoor de pijn en de stijfheid sneller afnemen.
Bij een kneuzing of een verstuiking:
- IJs op de blessure kan de zwelling grotendeels voorkomen
als u er zo snel mogelijk mee begint en het 20 tot 30 minuten volhoudt.
Herhaal het koelen met ijs zo nodig telkens 20 tot 30 minuten met
tussenpozen van een half uur. Leg ijs of 'coldpack' nooit direct op de huid,
maar gebruik als kompres een washandje of theedoek met ijsblokjes of een 'coldpack'
erin. Is er geen ijs of 'coldpack' voorhanden, dan kunt u het geblesseerde
lichaamsdeel ook onder een koude kraan of in een koud bad houden. Tip voor
thuis: zorg dat er een 'coldpack' of plastic zakje met ijsblokjes klaarligt
in de vriezer.
- Rust is voor de genezing het belangrijkst; vermijd
bezigheden die pijn geven. U kunt het getroffen lichaamsdeel het beste
hoogleggen, dus voet, enkel of been hoger dan de heup; dat is goed tegen de
zwelling. Een tip voor de nacht: leg eventueel een kussen onder het
voeteneinde van uw matras. Na twee dagen kunnen ijs en totale rust de
genezing niet meer versnellen.
- Als u geen rust kunt nemen, dan is het belangrijk het
gewricht te beschermen en niet te veel te belasten. Een hulpmiddel daarbij
is een goed aangelegd drukverband dat verkeerde bewegingen beperkt en
normale bewegingen toelaat. Met zo'n drukverband (bandage) kunt u het beste
zo snel mogelijk, maar in elk geval binnen drie dagen beginnen. Als uw tenen
of vingers opzwellen of pijn doen, zit het verband te strak en moet het wat
losser worden aangelegd.
Wat kan uw apotheker voor u doen?
- Heeft u veel last van de pijn, dan kunt u een eenvoudige
pijnstiller nemen. Bij spier- en gewrichtspijn raadt de apotheek u
paracetamol aan. Paracetamol wordt meestal goed verdragen, ook door mensen
met maagklachten. Het kan ook genomen worden in combinatie met de meeste
andere geneesmiddelen zoals bloedverdunners.
- Andere pijnstillers die u kunt gebruiken, zijn middelen met
acetylsalicylzuur/carbasalaatcalcium, ibuprofen of naproxen; maar neem deze
niet als u maagklachten hebt, bloedverdunners gebruikt, zwanger bent of
borstvoeding geeft. Deze pijnstillers kunnen problemen geven als u ze samen
met bepaalde andere geneesmiddelen gebruikt; vraag daarover advies bij uw
apotheker.
- Verder kunt u bij uw apotheek terecht voor kompressen die u
in het vriesvak of in heet water kunt leggen, voor drukverbanden en voor
advies over het juiste drukverband.
- Sommige mensen vinden het plezierig het pijnlijke
lichaamsdeel in te wrijven met een warmteveroorzakende crème of zalf. De
apotheek heeft warmtepleisters en vele smeermiddelen om te gebruiken bij
spierpijn. Het is niet bewezen dat de spierpijn hierdoor eerder overgaat.
Gebruik warmteveroorzakende smeermiddelen niet bij pijnlijke pezen of
gewrichten, want dan kunnen de klachten juist verergeren! Ook bij een 'zweepslag'
zijn smeermiddelen en massage uit den boze; een zweepslag moet met rust
genezen. Gebruik warmteveroorzakende smeermiddelen niet op een beschadigde
huid en ook niet onder vochtige kleding; dit kan namelijk brandwonden
veroorzaken.
- Er zijn ook smeermiddelen met pijnstillers: met benzydamine
of ibuprofen. Ook van deze middelen staat niet vast of ze werken maar als u
ze langdurig gebruikt, kunt u wél last krijgen van bijwerkingen. Gebruik ze
daarom niet langer dan twee weken achter elkaar.
In welke gevallen kunt u beter naar de huisarts gaan?
In het algemeen gaan spier- en gewrichtspijn binnen een week vanzelf over met
rust, een kompres of een drukverband. Neem contact op met uw huisarts:
- Als de pijn binnen twee dagen niet minder wordt of juist
erger wordt.
- Als de klachten na een tot twee weken niet over zijn.
- Als u denkt dat u een ernstige kneuzing, een ernstige
verstuiking, een ontwrichting of een gescheurde spier hebt.
- Als u het aangedane lichaamsdeel nauwelijks meer kunt
gebruiken.
- Als u geen duidelijke oorzaak weet voor de pijn.
Bij bonkende pijn:
- Als de pijn uitstraalt naar een ander lichaamsdeel.
- Als het gewricht een vreemde vorm heeft.
Bij rugpijn:
- Als rugpijn uitstraalt naar de benen.
- Als u pijn in de rug heeft, net boven de taille (de
nierstreek), zeker als u ook koorts hebt.
Bij pijn in armen/benen:
- Als u tintelingen voelt in arm, been of hand.
- Als nekbewegingen de pijn in een arm verergeren.
- Als pijn in het onderbeen steeds erger wordt na een
blessure van enkele uren geleden.
- Als u last heeft van een doffe pijn in uw onderbeen, zeker
als het opgezet is (dit kan wijzen op trombose).
- Bij een heftige voortdurende pijn aan de buitenzijde van uw
onderbeen met daarbij eventueel een zwelling en/of bloeduitstorting.
- Als u na het lopen of fietsen kramp heeft in de kuiten die
na even rusten verdwijnt (dit kan wijzen op 'etalagebenen').
Bij pijn in gewrichten:
- Als de pijn na een tot twee weken nog niet over is.
- Als u pijn heeft in meer dan één gewricht.
- Als een gewricht rood, warm en gezwollen is.
- Als u naast gewrichtspijn ook koorts hebt.