Zelfzorg bij wormen

informatie afdrukken

Wat zijn wormen?
Wormen in het lichaam zijn parasieten. Ze kunnen alleen in leven blijven in een 'gastheer': een dier of een mens. Mensen raken met wormen besmet doordat ze ongemerkt wormeitjes inslikken. Er bestaan veel soorten wormen. Bij de mens komen in Nederland de aarsmaden het meest voor.

Aarsmaden
Aarsmaden zijn dunne bleekgeel/witte bewegende wormpjes. Ze zijn een half tot één cm lang. Ze komen veel voor bij schoolkinderen. Aarsmaden zijn niet gevaarlijk, maar wel lastig. Ze geven jeuk rond de anus en in de bilspleet, vooral ' nachts. De aarsmaden die in de darmen leven, kruipen dan naar buiten en leggen hun eitjes rond de anus. Het kind gaat krabben, de eitjes kleven aan de vingers en onder de nagels. Via de handen en de mond kunnen anderen de wormeitjes binnenkrijgen en besmet raken. Ook het besmette kind kan opnieuw eitjes inslikken en zichzelf weer besmetten.

Spoelworm Ascaris
De spoelworm Ascaris lijkt op een regenworm. Hij is bleekgeel tot roze-roodachtig en heeft een doorsnede van drie tot zes mm. De worm kan tien tot dertig cm lang zijn. Wie een spoelworm heeft, kan een dikke worm of een stuk daarvan bij de ontlasting vinden. Zo'n stuk worm is altijd dood of verlamd.
Hoe raakt iemand besmet met de spoelworm Ascaris? Zo'n infectie wordt meestal opgedaan in het buitenland. De oorzaak is het eten van rauwe groente of fruit die niet goed gewassen is en die gegroeid is op grond waarop de inhoud van een beerput is gebruikt als bemesting.

Hondenspoelworm, kattenspoelworm
Vrijwel alle honden en katten hebben wormen: de hondenspoelworm (Toxocara canis) en kattenspoelworm (Toxocara cati). De eitjes kunnen zitten in honden- of kattenpoep in zandbakken, tuin en plantsoen. Via de handen kunnen ze in de mond van mensen terechtkomen. Wie besmet is met Toxocara heeft geen wormen in de ontlasting en denkt dus ook niet direct aan een wormeninfectie. De ingeslikte eitjes belanden bij de mens in de dunne darm. Daar komen er larven uit die via het bloed in alle delen van het lichaam terecht kunnen komen en daar uiteindelijk afsterven.
De belangrijkste verschijnselen van een Toxocara-infectie lijken op griep: koorts, buikpijn en kriebelhoest. In zeldzame gevallen kunnen ernstige problemen ontstaan. Bij kinderen die aanleg hebben voor allergie kan een infectie met Toxocara de kans op het ontstaan van astma vergroten.

Lintworm
Wie een lintworm heeft, merkt dat aan wit/witgele stukjes in de ontlasting, in het ondergoed of het bed. Die stukjes zijn één tot drie cm lang. Het zijn 'segmenten' die van de lintworm afbreken. De lintworm zelf kan wel een paar meter lang worden. Hij blijft leven in de darm en eet mee van het voedsel dat de mens eet. Meestal geeft een lintworm geen klachten.
Lintwormen komen in Nederland zelden voor omdat hier een goede vleeskeuring bestaat. Een lintworminfectie ontstaat meestal door het proeven van rauw gehakt, en in het buitenland door het eten van rauw of ongaar vlees.

Wat kunt u zelf doen?

Aarsmaden
Bij een infectie zijn hygiënische maatregelen belangrijk om herbesmetting te voorkomen. U kunt dat op de volgende manier doen:

Een infectie met aarsmaden kan overgaan met alleen hygiënische maatregelen als ze strikt worden toegepast en heel goed worden volgehouden.

Spoelworm Ascaris
Als u een besmetting met de Ascaris spoelworm wilt voorkomen, kunt u het beste geen rauwe groente en fruit eten in het buitenland.

Hondenspoelworm, kattenspoelworm
Een Toxocara-infectie kunt u voorkomen met de volgende maatregelen:

Lintworm
Als u een lintworminfectie wilt voorkomen, kunt u beter niet proeven of het gehakt goed gekruid is, en in het buitenland geen rauw of ongaar vlees eten.

Wat kan uw apotheker voor u doen?
De aanpak verschilt per wormsoort.

Aarsmaden

Spoelworm Ascaris
Neem een mebendazol-kuur. Bij de spoelworm Ascaris is de dosering: drie dagen lang twee keer per dag één tablet. Als er na drie weken nog weer een (stuk) worm te voorschijn komt, kunt u de behandeling herhalen.

Lintworm
Als u denkt dat u een lintworm heeft, kunt u het beste naar de huisarts gaan.

In welke gevallen kunt u beter naar de huisarts gaan?